

Het woningtekort en de stijgende huizenprijzen dwingen ons tot creativiteit. Waar het voorheen de norm was om alleen of als stel een hypotheek voor een woning af te sluiten, wensen meer mensen om het anders te doen: met drie of vier personen. Daar zitten wel de nodige haken en ogen aan.
Als alleenstaande een huis kopen, is vandaag de dag slechts weggelegd voor de happy few. Wie een zak geld van zijn of haar ouders meekrijgt, kan nog wel iets bemachtigen, maar de starter die dat geluk niet heeft, heeft het nakijken.
Het verbaast de Consumentenbond dan ook niet dat meer mensen aankloppen voor hulp bij het kopen van een huis met familieleden of vrienden. Het rekensommetje is simpel: meer aanvragers betekent een hogere gezamenlijke hypotheek en meer kans om wel een woning te bemachtigen.
De belangstelling neemt toe, maar cijfers heb ik niet. Makkelijk is het ook niet. Het is zeker niet voor iedereen weggelegd. Het moet bij je passen en je moet ook duidelijke afspraken met elkaar maken.
Banken staan vooralsnog niet te springen om hypotheken op meer dan twee namen te verstrekken. De achterliggende gedachte? Bij meer personen is er ook meer risico. „Bij een handjevol banken kan het wel, maar het is echt maatwerk. Iedere situatie is ook anders. Hoe liggen de eigendomsverhoudingen? Hoeveel eigen geld legt iedereen in? Wat ook meespeelt: als vrienden een huis kopen, weet je dat het een keer eindig is. Terwijl de intentie bij partners toch wel voor langere tijd is.
Die bancaire zorgen zijn niet ongegrond. Wanneer meerdere personen een hypotheek afsluiten, wordt ieder van hen hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige schuld. Verliest iemand zijn baan en kan hij of zij de maandlasten niet meer opbrengen? Dan moeten de anderen daarvoor opdraaien. Het is de vraag of dat financieel altijd haalbaar is.
Hoewel de aanvraag zelf overzichtelijk lijkt, zit de complexiteit in de onderlinge afspraken. Voor de hypotheek kijkt de bank naar alle inkomens. Voor ieder inkomen krijg je een apart advies. Dat is in feite niet heel ingewikkeld.
De echte uitdaging begint bij de toekomstscenario’s. Het ingewikkeldste is wat je doet als een van de deelnemers uitstapt. Daar moet je vooraf al goed over nadenken en afspraken over maken. Wil je een nieuwe koper? Of ga je met de overige bewoners dat deel overnemen, maar dat betekent wel kosten voor nieuw hypotheekadvies en notariskosten.
Maar nog meer afspraken moet je de revue laten passeren. Wat doe je als iemand gaat samenwonen of zijn baan verliest? Als iemand overlijdt? Wijs je de anderen als je erfgenaam aan zodat ze in het huis kunnen blijven wonen? Hoe spreek je de eigendomsverhoudingen af? „Dat kunnen gelijke delen zijn, maar mag ook anders. Is die eigendomsverhouding van de vertrekker 50 procent, kunnen de anderen dat dan wel opbrengen? En wat doe je met de overwaarde?
Wie de sleutel eenmaal in handen heeft, loopt tegen praktische barrières aan. De Nederlandse maatschappij is niet ingericht op deze situatie. Een energiecontract of internetaansluiting op meerdere namen afsluiten, is lastig. „Daarom is het belangrijk om al dit soort zaken vast te leggen in een contract. Spreek je af dat Piet voor de energierekening zorgt, maar hij betaalt de rekeningen niet, dan heb je samen een probleem.
Ook de hypotheekrenteaftrek is een aandachtspunt. Heb je samen met anderen een huis gekocht, dan gaat ook die tijd in. Je hebt maximaal dertig jaar hypotheekrenteaftrek. Koop je na vijf jaar met je partner een huis, dan heb je over het bedrag van je eerste hypotheek dus nog maar 25 jaar over en dat heeft dus wel consequenties voor wat je dan kunt lenen.
Ondanks de obstakels biedt gezamenlijk kopen ook kansen die je in je eentje niet kunt bereiken. Op deze manier kun je toch iets van waarde opbouwen. Na tien jaar heb je toch al een behoorlijk bedrag afgelost en dat is keihard vermogen waarmee je misschien een volgend huis kunt kopen. Daarnaast heb je dan ook nog de overwaarde, al moet je die wel met de anderen delen.
Los van de financiën is het natuurlijk ook gewoon gezellig om met vrienden of familie samen te wonen.