

De aangifte vermogensbelasting in box 3 roept vragen op; mensen kunnen kiezen tussen werkelijk of fictief rendement. Soms kan het voordeliger zijn om te kiezen voor het hogere fictieve rendement, ook al maakte je minder winst op je vermogen.
Wie vermogen heeft in de vorm van spaargeld, beleggingen of bijvoorbeeld een tweede huis, geeft dat op in box 3. Al jaren is er gedoe over deze belasting.
De overheid rekende namelijk met een fictief rendement. Uitgangspunt daarbij was dat mensen ongeveer 4 procent ‘winst’ maakten. Dat ging goed totdat de spaarrente zo laag stond dat mensen protesteerden; ze verdienden amper met hun spaargeld, maar moesten wel veel belasting betalen.
Daarom werden later twee tarieven ingevoerd. Een lager tarief voor spaargeld en een hoger tarief voor beleggingen, maar beiden bleven wel fictief. De Hoge Raad oordeelde vervolgens dat ook dit oneerlijk was.
De politiek besloot daarom om te gaan werken met werkelijk rendement, maar ook die plannen gooide kabinet-Jetten vlak na aantreden alweer in de prullenbak.
Box 3 en de belastingaangifte: je kunt kiezen
Voor de belastingaangifte over 2025 is nu besloten dat mensen met vermogen kunnen kiezen of ze belasting betalen over het werkelijke rendement of over het fictieve rendement van 5,88 procent.
Heb je bijvoorbeeld 10 procent winst gemaakt met je aandelen, dan betaal je toch maar over 5,88 procent belasting. Heb je slechts 3 procent winst gemaakt, dan betaal je belasting over die 3 procent. Het tarief dat je over de winst betaalt, is 36 procent.
Vrijstelling vervalt bij werkelijk rendement
Toch kan het voorkomen dat je, ondanks dat je maar 3 procent winst hebt gemaakt, goedkoper uit bent door te kiezen voor het fictieve rendement. Dat zit zo.
Zodra je kiest voor het werkelijke rendement vervalt je vrijstelling. Die geldt wel bij het fictieve rendement; de eerste 57.684 euro is dan vrijgesteld. Heb je een fiscale partner dan is dat bedrag 115.368 euro. Let op: het gaat hier om je vermogen op 1 januari 2025.
Wie net boven het heffingsvrije vermogen zit, kan doordat de vrijstelling bij het werkelijke rendement vervalt, toch meer belasting moeten betalen dan wanneer hij of zij kiest voor het fictieve rendement van 5,88 procent.
Het aangifteprogramma rekent voor je uit wat in jouw situatie het voordeligst is, maar controleer dit altijd zelf.
Voorbeeld
Iemand heeft 65.000 euro aan vermogen.Bij fictief rendement betaal je over 7316 euro belasting (65.000 – 57.684 vrijstelling), te weten 7316 euro x 5,88 procent x 36 procent = 154,87
Bij werkelijk rendement betaal je over 65.000 euro belasting, omdat de vrijstelling vervalt. Je werkelijke rendement is 3 procent.
65.000 euro x 3 procent x 36 procent = 702 euro