Sinds 1 maart kun je de belastingaangifte over 2024 indienen bij de Belastingdienst. Het gaat in totaal om 6,9 miljoen particulieren en 2,5 miljoen ondernemers.
Wie vóór 1 april de belastingaangifte indient krijgt vóór 1 juli bericht van de fiscus.
Je mag alleen de kosten aftrekken waarvoor je geen vergoeding krijgt via de zorgverzekering of andere steun van de overheid. Dus alles wat je al hebt teruggekregen van de overheid mag je niet als aftrekpost opgeven. Daarbij gaat het om:
Onvergoede zorgkosten kun je onder voorwaarden als aftrekpost opvoeren, al zijn er wel tal van uitzonderingen. Vervolgens is van belang dat je alleen het deel van de uitgaven mag aftrekken, dat uitkomt boven een bepaalde drempel. De hoogte van deze drempel hangt af van je drempelinkomen.
Zoals je ziet ligt de lat hoog, vooral voor hogere inkomens. Om je een idee te geven: had je vorig jaar een modaal inkomen van 41.000 euro, dan heb je te maken met een drempel van zo’n 677 euro. Je mag dan alleen de kosten die daar boven uit komen aftrekken.
Met een inkomen van 70.000 euro loopt de drempel op tot 1.973 euro.
In principe zijn giften aan goede doelen fiscaal aftrekbaar van je inkomen in box 1. Val je in het hoogste tarief van de inkomstenbelasting, dan is de aftrek gemaximeerd op 36,97 procent.
Er geldt wel een niet-aftrekbare drempel. Alleen als alle giften over 2024 bij elkaar minimaal 1 procent van je drempelinkomen bedroegen (met een minimum van 60 euro), mag je deze aftrekpost gebruiken. Elke euro die boven de drempel uitkomt is aftrekbaar.
Deze drempel geldt dus niet voor elke donatie afzonderlijk, maar voor alle giften aan goede doelen bij elkaar opgeteld.
Had je bijvoorbeeld vorig jaar een inkomen van 35.000 euro, dan moet je dus in totaal minimaal 350 euro hebben gedoneerd om een deel van de kosten af te kunnen trekken.
Bij het digitale aangifteformulier dat belastingplichtigen in maart kunnen insturen, wordt de belasting in box 3 volgens de standaardmanier berekend, op basis van fictieve rendementen.
Je betaalt niet belasting over het werkelijke rendement op je vermogen (zoals ontvangen spaarrente, couponrente over obligaties of koersstijgingen van je aandelenbeleggingen), maar over een door de overheid vastgesteld fictief rendement.
De waarde van vermogen zoals spaargeld, beleggingen op de beurs en een tweede huis moet je aangeven in box 3: het gaat hierbij om het inkomen uit sparen en beleggen.
In de zomer van dit jaar komt er een formulier beschikbaar waarmee burgers desgewenst het werkelijke rendement op hun spaargeld en beleggingen in box 3 kunnen doorgeven. Als dat een lagere belastingdruk oplevert, is er recht op een teruggaaf.
Voor het belastingjaar 2024 gaat de fiscus uit van de werkelijke verdeling van je vermogen over twee categorieën: ‘sparen’ en ‘beleggingen en andere bezittingen’. Voor elk van deze categorieën werkt de fiscus met een verondersteld rendement.
In box 3 mag je ook bepaalde schulden in mindering brengen op je vermogen. Daarbij kijkt de fiscus niet naar de daadwerkelijke rente op leningen, maar werkt de Belastingdienst met een fictieve rente.
Dit resulteert in 3 fictieve rendementen:
Via een vrij complexe berekening rolt daar een bepaald “voordeel uit sparen en beleggen” uit. Dat wordt voor het belastingjaar 2024 met 36 procent belast.
Doordat de fiscus uitgaat van 1,44 procent rendement op spaargeld in 2024, betaal je over afgelopen jaar meer belasting over je spaargeld dan over 2023 toen het veronderstelde rendement 0,92 procent lag.
Bij de aangifte voor de vermogensbelasting moet je altijd de waarde op de eerste dag van het fiscale kalenderjaar opgeven.
Voor de aangifte over 2024 gaat het dus om de waarde van je spaargeld en beleggingen op 1 januari 2024. Neem dus niet de waarde van 31 december van afgelopen jaar!
Beleg je in een groenfonds (een door de fiscus erkend fonds dat deelneemt in projecten voor milieubescherming) Dan geniet je op twee fronten extra belastingvoordeel:
Ben je benieuwd welke groenfondsen hiervoor in aanmerking komen? Check het in dit overzicht.
Wie in loondienst is en met het openbaar vervoer naar zijn werk reist, mag hiervoor onder voorwaarden een vast bedrag aftrekken. Je mag dus niet de werkelijk gemaakte kosten in mindering brengen op je inkomen.
Let wel op: als je een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer krijgt van je werkgever, mag je die kosten niet nog eens als aftrekpost opvoeren.
De hoogte van de aftrek voor reiskosten die de werkgever niet vergoedt, hangt af van de afstand die je moet overbruggen en de reisfrequentie. Het is maximaal 2.578 euro in het fiscale jaar 2024.
De tabel met de bedragen vind je hier (je ziet eerst de tabel voor 2025, als je verder doorsscrollt vind je de tabel voor 2024).
Ga je met je eigen auto of de fiets naar je werk, dan heb je geen recht op reisaftrek. Wel mag je werkgever maximaal 23 eurocent per kilometer onbelast vergoeden.
Reis je met zowel het openbaar vervoer als met de auto of fiets, dan kun je – als je aan de voorwaarden voldoet – in aanmerking komen voor reisaftrek voor het gedeelte dat je aflegt per bus, tram, metro of trein.
Hoeveel belasting je over je auto moet betalen of mag aftrekken, is afhankelijk van de vraag waartoe je auto behoort: tot je bedrijfsvermogen of je privévermogen.
Ben je ondernemer en leg je met je auto minder dan 500 kilometer per jaar af voor privédoeleinden, zoals vakanties, familiebezoek of ritjes naar de supermarkt, dan geldt jouw wagen voor de inkomstenbelasting automatisch als een auto van de zaak.
Rijd je meer dan 500 kilometer per jaar privé, dan mag je kiezen of je de auto beschouwt als zakelijk of privévermogen.
Beschouw je de auto als privébezit, dan mag je voor elke zakelijke rit 23 cent per kilometer aftrekken. Dit bedrag geldt ook als je een auto huurt voor je bedrijf. Dit bedrag lag bij de belastingaangifte van 2023 op 21 cent per kilometer en is voor 2024 dus verhoogd.
Geef je de auto op als bedrijfswagen, dan mag je alle autokosten aftrekken om de belastbare winst te verlagen. Dan gaat het om bijvoorbeeld de tankkosten, de verzekeringspremie, parkeerkosten, motorrijtuigenbelasting, onderhouds- en reparatiekosten en zelfs de bonnetjes van de wasstraat.
Hier staat wel tegenover dat je een bedrag bij je inkomsten als ondernemer moet optellen voor het privégebruik van de auto, de zogeheten bijtelling. Dit is een percentage van de cataloguswaarde van de auto.